Schade door onweer, wateroverlast of brand: hoe helpt u uw klant?


Tijdens een extreme storm met sterke wind of een stevige hagelbui is het mogelijk dat een zonnepaneel schade oploopt. Een installatie kan ook geraakt worden door bliksem. Onweer kan daarnaast nog wateroverlast veroorzaken. En wat bij brand in een woning met een zonnestroominstallatie? In dit artikel vindt u enkele tips over wat u als installateur het beste kunt doen wanneer een klant met schade of rampspoed te maken krijgt.

Prioriteit nr 1: verzekering informeren

Bij schade of ontij dient uw klant eerst en vooral contact op te nemen met de verzekeringsmakelaar of -agent en hun instructies te volgen. Wellicht is het nodig om foto’s te maken of komt er een expert ter plaatse. Bij brand zal de verzekeringsmaatschappij eerst zekerheid willen over de oorzaak. Pas wanneer de nodige verzekeringsformaliteiten zijn vervuld, kunt u als installateur aan de slag.

Indien nodig, kunt u alvast contact opnemen met de Servicedesk van SMA om een vervangtoestel te bestellen. Daarbij geeft u volgende gegevens door:

  • het serienummer van de omvormer om een correcte bestelling te plaatsen
  • contactgegevens waar de omvormer geleverd mag worden


Dit doet u in geen geval:

  • de kabelverbindingen uittrekken op de plaats van de brand, zodat de installatieconditie zichtbaar blijft in geval van een onderzoek door de verzekering
  • is het echt nodig om de omvormer te demonteren, snij de kabels dan af zodat alle verbrande onderdelen op hun plaats blijven en doe dit enkel met goedkeuring van de verzekering


    Uw contactpersoon bij SMA voor verzekeringsdossiers is Ella Fornea via Elena.Fornea@SMA-Benelux.com.

    SMA Service Line (BE): +32 15 28 67 30

    SMA Service Line (NL): +31 30 2492 000

Tips bij het vervangen van zonnepanelen - SMA Benelux

Tips bij het vervangen van zonnepanelen

Vermoedt u dat een paneel van een zonnestroominstallatie beschadigd is, ga dat dan zo snel mogelijk na. De zonnecellen onder de glazen behuizing zijn zeer fragiel en schade kan de productie negatief beïnvloeden. U dient in dat geval het paneel dus te verwijderen of te vervangen. Houd daarbij rekening met volgende zaken.

  • Leg indien mogelijk identieke panelen per string. Enkel op deze manier kunt u de maximale opbrengst eruit halen. Panelen die op het vlak van de initiële eigenschappen niet-identiek zijn en die deel uitmaken van dezelfde string, beïnvloeden elkaar. Bij identieke panelen is de invloed beperkt en enkel te wijten aan het verlies aan rendement van oudere panelen. De opties om deze limitatie te beperken, vindt u verder in dit artikel.
  • Vaak zijn de originele panelen niet meer voorhanden. Kies in dat geval voor een recenter en performanter paneel en let daarbij op de wattpiek (Wp). De huidige panelen zijn sterk geëvolueerd ten opzichte van een aantal jaren geleden en hebben dus vaak een hoger Wp-vermogen. Een paneel met een hogere Wp toevoegen aan de string kan, maar dat paneel zal dan minder opbrengen dan wat het maximaal kan leveren. De stroom in een string wordt meestal beïnvloed door het paneel met de kleinste Wp, wat een knelpunt kan vormen voor panelen die meer kunnen leveren.

    Bijvoorbeeld: u vervangt een bestaand 250 Wp-paneel door een nieuw 300 Wp-paneel. Het paneel zal dan minder dan 300 Wp produceren, volgens dezelfde stroom die door de 250 Wp panelen in de string stroomt.

  • Combineer geen zonnepanelen met verschillende cellentechnologie. Plaats dus geen monokristallijne panelen samen met polykristallijne panelen samen in één string. Wanneer meerdere zonnepanelen beschadigd zijn en de omvormer beschikt over meerdere MPP trackers, is het zeker een optie om de zonnepanelen te herverdelen en oude en nieuwe panelen op te splitsen over verschillende MPP trackers. Zo vermijdt u verlies.
  • Om gebruik te maken van het potentieel van het nieuwe paneel, brengt u het best een TS4-O optimizer van Tigo aan onder elk ouder zonnepaneel. Op deze manier wordt de stroom die door alle panelen vloeit, opgetrokken naar het niveau van het nieuwste of meest performante paneel. Volg bij de plaatsing van de optimizer de installatiegids van Tigo en sluit hem zeker eerst aan op de panelen voor u ze aan de string koppelt! Met dit artikel kunt u uw kennis over optimizers bijspijkeren.
  • Heeft de omvormer maar één MPP tracker waarop meer dan twee strings zijn aangesloten, let er dan op dat u terugkeerstromen vermijdt!
  • Heeft de omvormer twee MPP trackers, leg dan alle nieuwe panelen samen op dezelfde MPP tracker en laat de andere MPP tracker ongemoeid. Dit levert een optimale werking op voor beide strings zonder optimizers.

! Let op de maximaal toegelaten ingangsspanning van de omvormer

De spanning die kan ontstaan in de nieuwe configuratie mag niet hoger oplopen dan de maximaal toegelaten ingangsspanning van de omvormer. Dit kunt u berekenen met de openklemspanningen wanneer u ook de temperatuurcoëfficiënten kent. Kijk in Sunny Design Web om deze parameters op te zoeken. Ook oudere panelen zijn terug te vinden in onze database mits het uitvinken van ‘Alleen actuele PV-panelen’. Na selectie van uw panelen, klikt u op de ‘i’ voor extra informatie over deze panelen.

! In Vlaanderen legt netbeheerder Fluvius een aantal spelregels op voor de vervanging door panelen met een hoger Wp. U vindt ze hier.

Wat te doen na een overstroming of wateroverlast? - SMA Benelux

Wat te doen na een overstroming of wateroverlast?

Bij normaal gebruik vormt een zonnestroominstallatie en een opslagsysteem geen bijzonder risico, maar bij overstroming bestaat, zoals bij alle elektrische toestellen, een gevaar op elektrische schokken. Ook wanneer de stroomtoevoer van het net is afgesloten, kunnen de toestellen van de zonnestroominstallatie onder stroom staan omdat de installatie energie blijft opwekken.

Zo pak je de situatie het beste aan. Doe dit enkel als ervaren elektricien met kennis van zonnestroomsystemen!

  • Ga eerst na of onderdelen van de DC-installatie zoals zonnepanelen, omvormers, DC combiner boxen en connectoren zich onder het waterpeil bevinden of beschadigd zijn door de overstroming. Is dit niet het geval, dan zijn er geen specifieke aspecten om rekening mee te houden. Is dit wél zo, ga het overstromingsgebied dan NIET binnen. Ook geleidende (metalen) onderdelen zoals een trapleuning die uit het water steekt kunnen gevaarlijk zijn. Raak ze niet aan!
  • Zelfs met IP65 bestaat het risico dat er water doordringt in de DC-installatie zoals omvormers, DC-stekkers & -leidingen, zonnepanelen, batterijopslag en DC-verdeler. IP65 betekent niet dat deze apparaten waterdicht zijn wanneer ze onder water staan! In geval van overstroming moet u ervan uitgaan dat er water in het apparaat is doorgedrongen. Dat betekent dat de toestellen gevaarlijke spanning kunnen vrijgeven.
  • Wanneer het water is weggetrokken en alles veilig is, dient u de installatie te inspecteren en uit te schakelen indien dat nog niet is gebeurd. Schakel eerst de AC-zijde uit, bijvoorbeeld de automatische zekeringen, wanneer dit mogelijk is zonder gevaar te lopen. Doe dit ook wanneer het openbare elektriciteitsnet afgesloten is vanwege de overstroming. Zelfs wanneer de zonnestroominstallatie onbeschadigd lijkt, kan er niet-zichtbare schade zijn met gevolgen bij verdere werking. Controleer daarom alles zorgvuldig!
  • Als er water in een toestel is gedrongen terwijl het onder spanning staat van de zonnepanelen, kan zich gas vormen binnen in het toestel en is er ontploffingsgevaar. Ook in slecht verluchte ruimtes kan ontploffingsgevaar dreigen door de ophoping van gas. Zorg voor voldoende ventilatie. Vermijd ontstekingsbronnen zoals een vlam of het gebruik van elektrische toestellen. Kijk uit met uw mobiele telefoon. Omvormers kunnen bovendien heet zijn door interne kortsluiting. Ook bij het optreden van een vlamboog, wanneer het water verdampt is en het toestel droogt, dreigt brandgevaar. Kijk uit voor brandwonden!
  • Wacht tot de omvormerbehuizing is afgekoeld en koppel de omvormer dan zo snel mogelijk los aan zowel DC- als AC-zijde. Houd ontstekingsbronnen uit de buurt en zorg voor voldoende ventilatie bij het openen van het toestel totdat het gas ontsnapt is dat zich eventueel heeft gevormd.
  • Zonnestroominstallaties zijn bijzonder onderhevig aan kortsluiting. Heeft zich een kortsluiting voorgedaan, dan kun je de spanning niet meten, ook al stroomt de volledige kortsluitstroom. Dit betekent dat het niet voldoende is om bij volledige ontmanteling of gedeeltelijke ontmanteling de afwezigheid van spanning vast te stellen. Controleer bijvoorbeeld voor het openen van DC-stekkers of DC-aansluitingen met een klemmeter of er gelijkstroom over deze verbinding stroomt. Het openen van de verbinding kan een elektrische schok veroorzaken of een vlamboog creëren met mogelijk brandwonden tot gevolg.
  • Ook andere leidingen zoals de aarding van de onderbouw, kunnen onderhevig zijn aan gelijkstroom als gevolg van schade aan de zonnestroominstallatie. Controleer daarom in geval van twijfel ook andere leidingen die niet tot de zonnestroominstallatie behoren op gelijkstroom.
  • Vervang omvormers die geheel of gedeeltelijk onder water hebben gestaan.


Hebt u vragen, neem dan contact op met onze servicelijn.

Bij centrale omvormers, vooral in buitensystemen, bestaat het risico dat de stabiliteit wordt aangetast door overstroming. Controleer ze voordat u het station betreedt en de kasten opent of eraan werkt en ondersteun ze indien nodig.

Brand en brandgevaar - SMA Benelux

Brand en brandgevaar

Eerst even een hardnekkig gerucht uit de wereld helpen: zonnestroominstallaties zijn brandveilig. TÜV Rheinland [1] en Fraunhofer ISE [2], twee onafhankelijke test- en onderzoeksinstituten, concludeerden dat minder dan 0,006 % van de zonnestroominstallaties in Duitsland ooit een brand veroorzaakte. Andere landen zoals Japan, Nederland en Australië melden vergelijkbare cijfers. [3] [4] Statistieken van de Duitse brandweer en TÜV leiden tot de conclusie dat de meeste branden (>99,9 procent) andere hoofdoorzaken hebben.

Onderzoek van het beperkt aantal branden bij zonnestroominstallaties wees uit dat de hoofdzaak moet worden gezocht bij “menselijke fouten” bij het plaatsen of het ontwerp van de installatie [1]. Zorgvuldig tewerk gaan is dus de boodschap!

Bij zonnestroominstallaties die goed zijn ontworpen en correct zijn geïnstalleerd, is brand zeer onwaarschijnlijk. Analyse van eerdere branden bij zonnestroominstallaties heeft dit bevestigd. Zonnestroominstallaties kunnen nog veiliger worden gemaakt door de meest voorkomende oorzaken van storingen in zonnestroominstallaties aan te pakken. Deze houden meestal verband met menselijke fouten tijdens de ontwerp- en installatiefase. Een minimaal gebruik van componenten is ook van belang. Er is geen behoefte aan uitschakelapparatuur op paneelniveau aangezien brandweerlieden de risico’s ter plaatse kunnen beheersen en deze apparatuur niet de gebruikelijke oorzaken van brand bij zonnestroominstallaties aanpakt.

Bezoek onze website voor meer informatie en download zeker de white paper ‘Veiligheid van een zondestroominstallatie’.


Ontstaat er toch een brand, dan levert de brandweer een rapport af waarin staat waar volgens hun bevindingen het vuur is gestart. Dit dient als basis voor een eventuele aansprakelijkheid. Indien een toestel van SMA de oorzaak zou kunnen zijn, dient dit rapport of de aanvraag van de verzekering van de klant aan SMA te worden bezorgd, zodat ook wij onze verzekering kunnen inlichten.

[1] Sepanski et al, “Assessing Fire Risks in Photovoltaic Systems and Developing Safety Concepts for Risk Minimization,” TÜV Rheinland Energie und Umwelt GmbH, 2018.

[2] Laukamp et al, “PV Fire Hazard – Analysis and Assessment of Fire Incidents,” 28th EU PVSEC 2013, Paris, 2013.

[3] A. Chiaramonte, A. Smith and Z. Hood, “Fire Safety of Solar Photovoltaic Systems in Australia,” Worcestor Polytechnic Institute, 2016.

[4] D. Bende, “Brandincidenten met fotovoltaïsche (PV) systemen in Nederland,” TNO, 2019.

Zo helpt u uw klant bij bliksemschade - SMA Benelux

Zo helpt u uw klant bij bliksemschade

Ook bij schade door blikseminslag dient uw klant contact op te nemen met de verzekering. Hier bestaat de grootste uitdaging eruit aan te tonen dat de schade door bliksem is veroorzaakt. Vooral indien behalve een omvormer geen andere elektrische toestellen of installaties defect zijn, is het lastig om de link te bewijzen. Het is aan de verzekering om dit te beoordelen.

Kijk bij bliksemschade na of misschien enkel de SPDs (Surge Protection Devices of overspanningsbeveiligingen) gesprongen zijn. Het is mogelijk dat deze optioneel zijn geïnstalleerd in STP TL-10, STP TL-30 en CORE1 omvormers. Wanneer dat het geval is, kunt u deze vervangen en zal het toestel weer vanzelf opstarten.