Sunny Boy 3.0 / 3.6 / 4.0 / 5.0

Installatie en inbedrijfstelling

 

Augustus 2017

 

Om de Sunny Boy 3.0 – 5.0 correct en volledig te installeren, zijn er 3 stappen nodig:
1. Monteren
2. In dienst stellen
3. Online monitoring en de automatische bewaking door SMA activeren (optioneel)
Een gedetailleerde beschrijving is beschikbaar in de bedieningshandleiding.

 

1. Monteren


Bekijk onze Tech Tip video hierover.

1.1 Ophangen

Kies samen met de klant een geschikte locatie om de omvormer te plaatsen. Hou hierbij rekening met volgende voorwaarden en omstandigheden.

Indien het toestel buitenshuis wordt gemonteerd, zorg er dan voor dat het liefst in de schaduw hangt. Dit komt immers de levensduur en het rendement van het toestel ten goede.

Bevestig de wandbeugel tegen de muur en hang de omvormer erop. Gebruik de twee meegeleverde schroeven om het toestel zowel links en rechts onderaan te borgen. 

1.2 Stroomkabels aansluiten

Voor dat de kabels op de omvormer aangesloten worden, moet men er zeker zijn dat de stroom-voorziening naar de omvormer afgeschakeld is. Schakel de AC hoofdschakelaar uit en vergrendel deze. Zet daarna ook de draaiknop aan de zijkant van de omvormer in de positie getoond op tekening 2 van afbeelding 3.

Sluit hierna eerst de AC-kabel en eventuele extra aarding aan op het toestel. Controleer of de juiste kabel verbonden wordt met de juiste terminal in de connector. Zoals weergegeven op tekening 2 van afbeelding 4 staan er aanduidingen op het plastiek van de connector en ook op de AC aansluiting van de omvormer zelf. Kijk deze zeker na. Gebruik het meegeleverde hulpstuk om de connector goed vast te draaien zoals getoond op afbeelding 3 en 4.

Wanneer de extra aarding aan sluiten?:

Als de omvormer op een net zonder nul hangt (wat regelmatig voor komt in België) dient de omvormer extra geaard te worden. Men kan de tweede fase aansluiten op de N­klem, maar na het in dienst stellen dient er nog een extra parameter aangepast te worden.

Verbind uiteindelijk de meegeleverde Sunclix connectoren aan de string van de zonnepanelen en klik alle 8 connectoren (ook als men niet met 4 strings werkt) vast op de omvormer zoals getoond op afbeelding 5.

In het geval dat de zonnestroominstallatie geen gebruikt maakt van alle 4 de strings, sluit dan de connectoren van de overige strings af met de bijgeleverde dopjes die te zien zijn op het meest rechtse voorbeeld van tekening 2 en 3 bij afbeelding 5.

Indien men voor de een of andere reden een Sunclix connector terug moet ontkoppelen, kan dit met behulp van een platte schroevendraaier. Deze dient men dan lichtjes in een van beide gleuven aan de zijkant van een connector, waarna de connector uit de koppeling kan genomen worden. Dit wordt best gedaan wanneer er geen stroom vloeit.

1.3 Netwerkvoorzieningen aansluiten

Werkt men met bekabelde communicatie? Sluit dan de ethernetkabel aan op de omvormer. Dit doet men met behulp van een tussenstuk om er zeker van te zijn dat de verbinding water- en vochtdicht is. De andere kant van de kabel komt na de indienstname in een switch of in de router van de klant.

Indien er draadloos wordt gewerkt hoeft men slechts de antenne onderaan op de aansluiting te schroeven.

1.4 Aanschakelen

Schakel de zonnepanelen in door de zwarte draaiknop aan de zijkant van O op I te zetten. Schakel nadien de hoofdschakelaar aan AC zijde in. Indien het meest linkse lichtje groen wordt is alles in orde.

2. In dienst stellen

Bekijk onze Webinar video hierover.

De omvormer wordt geleverd met standaard instellingen, dus moet steeds ingesteld worden voor het land waar hij wordt geïnstalleerd. Hierbij wordt landnorm C10/11:2012 ingesteld voor België of NEN EN­50438:2013 voor Nederland. Het in dienst nemen doet men onmiddellijk, omdat bepaalde parameters na 8 uur geblokkeerd worden door de Grid Guard bescherming. Installateurs met een SMA Grid Guard Code kunnen deze parameters te allen tijde aanpassen. Vraag aan de hand van dit document een Grid Guard Code aan.


2.1 Verbinden met het netwerk van de omvormer

Indien er via Ethernet verbinding wordt gemaakt hoeft men simpelweg de kabel komende van de omvormer te verbinden met uw toestel. Sla dan de volgende paragraaf over.

Indien men draadloos verbinding wenst te maken, moet men een toestel met netwerk mogelijkheden (Smartphone, Tablet of Computer) bezitten. Kijk naar de beschikbare draadloze netwerken en kies het netwerk SMAxxxxxxxxxx, waarbij xxxxxxxxxx staat voor het serienummer van de omvormer. Dit serienummer is terug te vinden op de zijkant van de omvormer. Selecteer het netwerk om er verbinding mee te maken. 

Voor beide verbindingsmethoden is geen internetverbinding nodig. Er wordt 1 op 1 verbinding gemaakt met de omvormer!

Het netwerk is beveiligd met het paswoord SMA12345 (Let op, dit is een éénmalige code!). Indien dit paswoord niet meer zou werken (bvb. na 10u zonnestroom), gebruik dan het WPA2­paswoord wat op de zijkant van de omvormer terug te vinden is.

2.2 Inloggen op de Web User Interface (WebUI)

Open een webbrowser en surf naar het adres 192.168.12.3 (indien men draadloos verbinding maakt) of surf naar 169.254.12.3 (indien men via Ethernet verbinding maakt).

Kies de gebruikersgroep ‘Installateur’. Er dient een wachtwoord gekozen te worden. We raden aan om een veilig wachtwoord te kiezen wat goed te onthouden is. Bewaar de wachtwoorden ook zeker niet online of op een digitaal apparaat dat met het internet verbonden staat.

De meest eenvoudige wijze om de omvormer snel in dienst te stellen, is de optie ‘Configuratie met installatiewizard’. 
 

2.2.1 Installatie wizard: 5 eenvoudige stappen

Doorloop de volgende 5 stappen.

Stap 1: Netwerkconfiguratie: hier geeft men aan hoe de omvormer gekoppeld wordt met de router van de klant, namelijk via ethernet (kabel) of via WLAN (draadloos). Wanneer er al dan niet voor draadloos gekozen wordt, dan selecteert men de router van de klant en geef het bijhorend wachtwoord in.

Stap 2: Datum en apparaat tijd instellen: indien de omvormer verbonden is met het internet hoeft men slechts de correcte tijdszone te selecteren. Als de omvormer niet verbonden is met het internet, kan men de automatische tijdssynchronisatie uitzetten en kan de juiste tijd en datum ingeven worden.

Stap 3: Landnorm: kies de correcte landnorm uit de keuzelijst. Voor België is dit de C10/11:2012 norm en voor Nederland is dit de NEN EN-50438:2013 norm.

Stap 4: Netbeheer: zowel de tab ‘Terugleverbeheer’ als de tab ‘Statische Spanningsbeheersing’ op ‘uit’ zetten.

Indien er een SMA Energy Meter geïnstalleerd is, moet er bij stap 4 ook nog het juiste type geselecteerd te worden.

Stap 5: Samenvatting: lees de samenvatting na en bevestig.

De omvormer is nu correct ingesteld, enkel de monitoring over internet dient nog geactiveerd te worden. 
 

2.2.2. Demo

Wenst u op voorhand even te testen? Log dan in op onze demo Webuser Interface.

 

3. Monitoring over internet activeren

Bekijk onze Tech Tip video hierover.

De zonnestroominstallatie kan lokaal gemonitord worden via de WebUI of over internet via Sunny Portal. Deze laatste biedt extra voordelen, vandaar dat we dit hier uitgebreid behandelen.

Als de omvormer met de router van de klant verbonden is, krijgt hij een IP adres van die router en kan hij communiceren met het web-portaal van SMA, Sunny Portal. Door de omvormer te registreren, kan deze installatie volledig kosteloos opgevolgd worden over internet door alle personen die toegevoegd worden als ‘gebruiker’ van deze installatie.

Wij raden de installateur aan om deze registratie uit te voeren (met zijn installateurswachtwoord) en de klant toe te voegen als gebruiker.

Surf op internet naar www.SunnyPortal.com en start de installatie-­setup-­wizard.

Indien men geregistreerd is bij Sunny Portal of bij Sunny Design kan er ingelogd worden met de persoonlijke gegevens (email en wachtwoord). Zo niet, kan men zich kosteloos registreren.

In een volgende stap moet de PIC en RID code van de omvormer ingegeven worden. Hierna klikt men op ‘Identificeren’. Als er meerdere omvormers ophangen, kan man deze stap voor maximaal 4 toestellen herhalen.

De PIC en RID codes zijn terug te vinden op de zijkant van de omvormer.

Nadien moeten er enkele installatie eigenschappen ingegeven worden (piekvermogen van de panelen, specifieke jaaropbrengst, postcode, land en tijdszone) en voltooit men de PV installatie op Sunny Portal. Men heeft een website aangemaakt voor de klant, waar u zelf geregistreerd staat als administrator. Voeg het mailadres van de klant toe zodat deze ook de installatie kan bekijken:

Configuratie --> Gebruikersbeheer. Als rol kiest men ‘Sunny Portal User’ voor de klant.